Geschiedenis van het instrument
In 1997 is deze waardevolle viool ten behoeve van Het Muziekinstrumentenfonds aangekocht door een particulier en door hem aan het fonds in bruikleen gegeven. De experts die de viool voorafgaand aan de aankoop beoordeelden, waren het erover eens dat hij in uitzonderlijk ongeschonden staat verkeerde. Ook het feit dat het een Guarneri-kopie betreft, maakt de viool vrij uniek, want Vuillaume bouwde voornamelijk Stradivarius-kopieën. In 2001 bood de eigenaar Het Muziekinstrumentenfonds de viool ter verkoop aan tegen het bedrag dat hij er destijds voor had betaald. Het lukte het fonds, met aanzienlijke ondersteuning van de Louisa van der Velden stichting, om het instrument te verwerven.
Vanaf 1997 heeft Vesko Eschkenazy Panteleev, toenmalig concertmeester van het NedPhO, en sinds 2000 van het KCO, de viool bespeeld. In 2001 ging de viool over in handen van Hebe Mensinga, die er maar liefst 25 jaar op speelde. Sinds maart 2026 is Tijmen Huisingh de gelukkige bespeler van de Parijse viool.
Vanaf 1997 heeft Vesko Eschkenazy Panteleev, toenmalig concertmeester van het NedPhO, en sinds 2000 van het KCO, de viool bespeeld. In 2001 ging de viool over in handen van Hebe Mensinga, die er maar liefst 25 jaar op speelde. Sinds maart 2026 is Tijmen Huisingh de gelukkige bespeler van de Parijse viool.
Over de bouwer Jean-Baptiste Vuillaume
In september 1867, tien jaar voor zijn dood, schreef Jean-Baptiste Vuillaume over de violen, alten en celli die hij dat jaar had ingestuurd naar de Grote Tentoonstelling van Parijs; ‘Ik heb er twee kwartetten laten zien waarin alles zit...

