Doorgaan naar content
instrument

viool

Paul Max Möller

gebouwd in Amsterdam in 1928

Een viool, gebouwd door Paul Max Möller in Amsterdam, 1928. Opus 78.

Geschiedenis van het instrument

Een particulier gaf Het Muziekinstrumentenfonds in 1995 een aantal instrumenten in bruikleen, waaronder deze Möller-viool. De verzameling instrumenten kreeg de naam ‘Collectie Chapiro’, om de erflaatster Fania Chapiro, componist en pianist, te eren.

Chapiro was de dochter van de Oekraïense, Joodse violist Naum Chapiro en de Nederlandse Dorothea Cornelia Mulié. Voor haar pianostudie vertrok het gezin naar Parijs. In 1939 was het gezin op vakantie in Nederland maar kon door de oorlogsdreiging niet terugkeren naar Frankrijk. Haar vader moest onderduiken en samen met haar moeder verbleef Fania in Den Haag waar ze met het Residentie Orkest speelde. Omdat ze zich niet wilde aansluiten bij de Nederlandsche Kultuurkamer werd ze genoodzaakt illegale huiskamerconcerten te geven.

Chapiro studeerde compositie bij Sem Dresden. Na de oorlog vertrok het gezin naar de Verenigde Staten, waar Chapiro in contact kwam met Leonard Bernstein en een concert gaf met Jurriaan Andriessen. In de jaren vijftig keerde ze terug naar Nederland en werd hoofdvakdocent op het Muzieklyceum in Hilversum. Ook richtte ze het Nederlands Mozart Trio op en richtte zich op de authentieke uitvoeringspraktijk. Tot vlak voor haar overlijden in 1994 maakte ze nog cd-opnames en gaf ze concerten.

Jeffrey Bruinsma was de eerste violist die de Möller bespeelde. Na hem volgden onder anderen Peter Grond, Babette Beertema, Aija Reke en Sybren Holwerda. Op dit moment is de viool in handen van Marthe van Wonderen.

Over de bouwer Paul Max Möller

Bij de grote violisten, cellisten, verzamelaars en veilinghuizen in het Europa van de 20e eeuw was ‘Möller uit Amsterdam’ een begrip. Het atelier stond niet alleen bekend om de goede instrumenten die er vandaan kwamen, maar ook om hun...

Meer over deze bouwer