Geschiedenis van het instrument
Dankzij genereuze donaties van Stichting Zabawas en het Cultuurfonds kon Het Muziekinstrumentenfonds in 2012 deze bijzondere basse de violon aankopen, met als specifiek doel om hem beschikbaar te maken voor gebruik op projectbasis. Het instrument is vooral uniek vanwege het feit dat het zijn oorspronkelijke achterbladlengte van 80,7 cm heeft behouden. De meeste basse de violons zijn al in de 18e eeuw kleiner gemaakt omdat het daarmee fysiek mogelijk werd om het ‘nieuwe repertoire’ te kunnen spelen.
Zowel studenten als professionele musici kunnen in aanmerking komen voor de tijdelijke bruikleen. Meer informatie hierover kan worden verkregen bij Geertje van der Linden via 020-6221255 of vanderlinden@muziekinstrumentenfonds.nl.
Wat vinden de musici van dit instrument?
Celliste Anita Gluyas heeft het instrument al enkele keren gebruikt en zegt er het volgende over: “The Basse de Violon is one of the most wonderful instruments that I have had the fortune to play on. It is such a privilige and joy to have the chance to work with an instrument that has the potential for such beautiful tone colours, I feel like my imagination is the only limit! My colleagues found the sound of the instrument so beautiful that I have been booked for further work with the instrument.”
De basse de violon was het grootse instrument uit de violenfamilie en genoot populariteit in de 16e en 17e eeuw. In het beroemde orkest ‘Les 24 violons du Roi’ bevonden zich 6 van deze instrumenten, waarschijnlijk gebouwd door Andrea Amati in opdracht van Karel IX van Frankrijk. Lully dirigeerde in de 17e eeuw dit orkest, dat toen toebehoorde aan Lodewijk XIV, en vooral werd ingezet voor het ballet en dansen aan het hof. De basse de violon was wegens het grote formaat vooral geschikt om baslijnen te spelen en vormde in die tijd een belangrijke basis binnen de kamermuziek, later overgenomen door de contrabas.
Het einde van de basse de violon werd ingeluid door het uitvinden van de omwonden snaren in 1680. Door darmsnaren te omwinden (met bijvoorbeeld koperdraad), kon met veel kortere snaren lage tonen worden geproduceerd. Dit was een welkome ontwikkeling, want de basse de violon had, zeker voor de kleine mensen uit die tijd, ook zijn beperkingen. Het formaat werd teruggebracht naar wat vandaag de dag de cello is. Al snel ontwikkelde de muziek zich ook zodanig, dat die niet meer kon worden uitgevoerd op het grotere model. Dat betekende het einde van de basse de violon. Vandaag de dag kunnen er dus alleen nog exemplaren worden gevonden in musea… dachten wij! Met de vondst van deze basse de violon heeft Het Muziekinstrumentenfonds een uniek historisch instrument aan de collectie kunnen toevoegen.
Beluister hier op Spotify de basse de violon bespeeld door Lucia Swarts in de Vijfde cellosuite van Johann Sebastian Bach.
Zowel studenten als professionele musici kunnen in aanmerking komen voor de tijdelijke bruikleen. Meer informatie hierover kan worden verkregen bij Geertje van der Linden via 020-6221255 of vanderlinden@muziekinstrumentenfonds.nl.
Wat vinden de musici van dit instrument?
Celliste Anita Gluyas heeft het instrument al enkele keren gebruikt en zegt er het volgende over: “The Basse de Violon is one of the most wonderful instruments that I have had the fortune to play on. It is such a privilige and joy to have the chance to work with an instrument that has the potential for such beautiful tone colours, I feel like my imagination is the only limit! My colleagues found the sound of the instrument so beautiful that I have been booked for further work with the instrument.”
De basse de violon was het grootse instrument uit de violenfamilie en genoot populariteit in de 16e en 17e eeuw. In het beroemde orkest ‘Les 24 violons du Roi’ bevonden zich 6 van deze instrumenten, waarschijnlijk gebouwd door Andrea Amati in opdracht van Karel IX van Frankrijk. Lully dirigeerde in de 17e eeuw dit orkest, dat toen toebehoorde aan Lodewijk XIV, en vooral werd ingezet voor het ballet en dansen aan het hof. De basse de violon was wegens het grote formaat vooral geschikt om baslijnen te spelen en vormde in die tijd een belangrijke basis binnen de kamermuziek, later overgenomen door de contrabas.
Het einde van de basse de violon werd ingeluid door het uitvinden van de omwonden snaren in 1680. Door darmsnaren te omwinden (met bijvoorbeeld koperdraad), kon met veel kortere snaren lage tonen worden geproduceerd. Dit was een welkome ontwikkeling, want de basse de violon had, zeker voor de kleine mensen uit die tijd, ook zijn beperkingen. Het formaat werd teruggebracht naar wat vandaag de dag de cello is. Al snel ontwikkelde de muziek zich ook zodanig, dat die niet meer kon worden uitgevoerd op het grotere model. Dat betekende het einde van de basse de violon. Vandaag de dag kunnen er dus alleen nog exemplaren worden gevonden in musea… dachten wij! Met de vondst van deze basse de violon heeft Het Muziekinstrumentenfonds een uniek historisch instrument aan de collectie kunnen toevoegen.
Beluister hier op Spotify de basse de violon bespeeld door Lucia Swarts in de Vijfde cellosuite van Johann Sebastian Bach.
Over de bouwer Egidius II (Gilles) Snoeck
Voordat Egidius naam maakte als vioolbouwer, waren leden van de familie Snoeck orgelbouwers in het zuidelijke deel van de Lage Landen. Om godsdienstige redenen verhuisde de familie eerst naar Leiden en later naar Amsterdam, waar Gilles...

