
cello
Job ter Haar

*1667 , Amsterdam †1728 , Amsterdam

Het enige wat we van zijn jeugd kennen, is de doopakte uit 1667. Pieter Rombouts zal zijn opleiding tot vioolbouwer vroeg zijn begonnen. Dat was waarschijnlijk kort nadat zijn moeder, Sibilla Barents, op 4 juli 1676 hertrouwde met vioolbouwer Hendrik Jacobs. Verdere details over zijn leven en zijn rol in het atelier van Jacobs zijn er niet bekend. Na het overlijden van Jacobs in 1704 komen we meer over Rombouts te weten; in 1706 trouwt hij met Magdalena Kruijskerck.

Ondertrouwregister huwelijk Pieter Rombouts-Magdalena Kruijskerck. Bron: Stadsarchief van Amsterdam.
Dit huwelijk brengt hem in vermogende kringen, zo krijgt het bruidspaar een bruidsschat mee van 2.250 gulden plus 500 Carolus guldens. Om dit in context te plaatsen: in 1711 kocht Rombouts samen met zijn schoonvader een huis voor 4.400 gulden, dat zij samen opknapten en vervolgens weer doorverkochten. In de daaropvolgende jaren heeft Rombouts verschillende soortgelijke zakelijke handelingen verricht. Toen Magdalena stierf, in 1750, liet zij in haar testament ruim 53.000 gulden na. Rombouts kreeg zeker 4 kinderen waarvan hij er minimaal twee overleefde. Rombouts zelf werd begraven op 27 september 1728, wat tevens het einde markeert van de Gouden Periode van de Nederlandse vioolbouw.
Doordat de Jacobs-Rombouts werkplaats bijna 80 jaar heeft bestaan, is het lastig om te zien wanneer de hand van Rombouts zichtbaar - of zelfs dominant - wordt in het werk van Jacobs. In tegenstelling tot eerdergenoemde jaartallen zal dit waarschijnlijk later zijn dan werd gedacht. In de jaren 90 van de 17de eeuw zie je wel twee soorten rand afwerkingen in het werk van Jacobs, wat moet duiden op de aanwezigheid van Rombouts. Pas na het overlijden van Jacobs in 1704 zie je Rombouts volledig zijn eigen stijl doorvoeren, die in het algemeen sterk beïnvloed is door Jacob Stainer. Waar we, op enkele andere instrumenten na, veelal violen kennen van Jacobs, zie je dat Rombouts naast violen een grote variatie aan instrumenten bouwt: viola da gamba, altviolen, vele cello’s en zelfs enkele pochetten (zakviooltjes). Hij heeft dan ook zeer waarschijnlijk de meeste cello’s gemaakt uit de vroege Nederlandse school.
Viool Pieter Rombouts(±1710) uit de collectie van het Muziekinstrumentenfonds.
Zoals eerder genoemd is zijn werk sterk geïnspireerd door Stainer maar zeer zeker met een eigen interpretatie van het model met vele eigenzinnige details. Met name zijn taps toelopende krullen met dikke wanden en hoge welvingen en het scherpe randwerk zijn herkenbaar en uniek. Ook zijn de cello’s duidelijk herkenbaar door de dikke inleg die gebruikt is in het randwerk; een detail dat Jacobs introduceerde maar door Rombouts werd uitvergroot. Ondanks dat hij vele tinten lak heeft gebruikt van helder oranje tot donkerbruin is Rombouts met name bekend om zijn intens bloedrode lak. Het Nationaal Muziekinstrumenten Fonds bezit een prachtige viool met deze levendig rode lak.
D.J. Balfoort, 1931 De Hollandsche vioolmakers, H.J. Paris, Amsterdam.
Bolink J, Giskes J, Lindeman F, Stam S,, 1999, 400 jaar vioolbouwkunst in Nederland, Amsterdam.
Stadsarchief van Amsterdam, geraadpleegd in 2025






