Doorgaan naar content
bouwer

Jean Baptiste Lefèbvre

*± 1730 , Lannoy (Lille)      †1775 , Amsterdam

Jean Baptiste Lefèbvre was, naast de Cuypers-familie, een belangrijk bouwer binnen de tweede bloeiperiode van de Nederlandse vioolbouw, die begon rond 1760 en duurde tot 1840. Lefèbvre wordt omstreeks 1730 geboren in Lannoy, bij Lille. Wanneer hij naar Amsterdam vertrekt is niet duidelijk; wel weten we dankzij een gesigneerd instrument dat hij met zekerheid in 1761 in Amsterdam woonde en uit archieven is gebleken dat zijn huis zich op de Oudezijds Achterburgwal bevond. Vanaf 1766 woont hij op de Appelmarkt, bij de Raamsteeg.
Werkplaats(en)
Den Haag, ±1750-1762
Amsterdam, 1762-±1775

‘Atelier Lefèbvre’ tot 1946

Vele boeken schrijven over een samenwerking tussen Lefèbvre en zijn zoon, die eveneens de naam Jean Baptiste droeg. Dit moet gebaseerd zijn op een vergissing want hij overleed al toen zijn zoon 6 jaar oud was. Ondanks dat er geen werk bekend is van zijn zoon, schijnt hij wel gewerkt te hebben als vioolbouwer. Bijzonder om te vermelden is het feit dat er tot in 1946 een atelier heeft bestaan onder de naam J.B. Lefèbvre dat helemaal kan worden herleid tot de vioolbouwer die we hier beschrijven. Het atelier is in bijna twee eeuwen tijd namelijk altijd overgegaan naar familieleden of van meester op leerling.

Altviool J.B. Lefèbvre, ± 1760, uit de collectie van het Muziekinstrumentenfonds

Altviool J.B. Lefèbvre, ± 1760, uit de collectie van het Muziekinstrumentenfonds

Unieke altviolen

Van Lefèbvre kennen we violen, altviolen en cello’s. Met name zijn grote altviolen zijn uniek, gezien het feit dat de trend in zijn tijd was om kleine altviolen te bouwen; er was simpelweg een voorkeur om kleinere altviolen te bespelen. Deze grote altviolen van zijn hand hebben de perfecte maat voor hedendaagse altviolisten en zijn daarom ook erg gezocht. Van Lefèbvre kennen we veel soorten modellen; hij gaf zichzelf dan ook veel vrijheid. Daarnaast zijn er hoog- en laag-gewelfde instrumenten, soms met korte of lange hoeken. Zijn lak varieert eveneens, van licht oranje tot bruin. Wel zijn er een reeks stijlkenmerken die altijd het hetzelfde blijven; dit is met name te terug te zien in zijn hoeken waar de inleg tot aan de rand doorloopt, in de f-gaten die vaak iets ovale ogen hebben en het oog van de krul dat vaak iets uit het midden ligt. Een ander uniek detail is dat Lefèbvre de laatste Nederlandse bouwer is die met regelmaat walvisbalein gebruikt voor de zwarte spanen van zijn inleg.

Bronnen

  • D.J. Balfoort, 1931 De Hollandsche vioolmakers, H.J. Paris, Amsterdam.

  • Bolink J, Giskes J, Lindeman F, Stam S,, 1999, 400 jaar vioolbouwkunst in Nederland, Amsterdam.

  • Stadsarchief van Amsterdam, geraadpleegd in 2025

Auteur
Hubert de Launay
Datum
11 april 2025