Doorgaan naar content
bouwer

Anoniem oud-Hollands

De Nederlandse school uit de 17e en 18e eeuw behoort tot de wereldtop maar helaas is deze nooit goed vastgelegd en onderzocht. Dit heeft er voor gezorgd dat veel informatie verloren is gegaan en instrumenten uit het oog zijn geraakt. Het werk van bouwers zoals Hendrik Jacobs, Pieter Rombouts en de Cuypers familie kon wel al op een brede erkenning rekenen. Maar dat heeft dat er ook voor gezorgd dat er vele instrumenten vandaag de dag in omloop zijn die onder de naam van een van die grote namen gaan terwijl deze violen destijds door een andere stadsgenoot zijn gebouwd.

Deze anonieme Amsterdamse instrumenten zijn dan ook vaak onder deze namen verkocht in latere jaren. Waar we vandaag de dag spreken over zo’n 6 a 7 bouwers blijkt uit archiefonderzoek dat er in de gouden periode minimaal 24 vioolbouwers aanwezig waren in de stad Amsterdam, variërend van meesters tot leerlingen. Het kan dus simpelweg niet zo zijn dat iedere Amsterdamse viool vervaardigd is door een van de bekendere meesters.

Amsterdam, 17e eeuw

Originele labels vervangen

Bouwers zoals Gerrit Menslage, Jan Vos, Hendrik Ravekens, David Kleynman of de recent in het archief ontdekte Jasper Libbega en Pieter Opperdoes, zijn stuk voor stuk geregistreerd als vioolbouwers maar er ontbreekt nog altijd met zekerheid aanwijsbaar werk. Dit heeft te maken met het feit dat vele originele papieren labels met het signatuur of naam van de bouwer niet meer aanwezig zijn in de instrumenten. Sommige zijn verloren gegaan maar vele originele labels zijn vervangen voor vervalsingen van grote namen zoals Amati, Rugeri, Stainer en Albani. Met name de Amsterdamse school heeft hier erg onder geleden. Uit het model, de stijl van het bouwen en de gebruikte materialen blijkt dan dat het werk uit Amsterdam moet komen, maar het is onmogelijk om het werk aan een specifieke naam te verbinden. Dit is een van de redenen waarom het vinden van een origineel signatuur doorslaggevend kan zijn; een anoniem oeuvre kan ineens aan een bouwer verbonden worden.

Het belang van onderzoek

Een enkele keer komt het ook voor dat een bouwer niet lang heeft geleefd en dus maar enkele jaren onder zijn eigen naam een atelier heeft gehad, zoals Arent Roelofz van Munster. Een viool van zijn hand dook op in Amerika maar is sindsdien weer verdwenen. Dit is een typisch voorbeeld waarom onderzoek naar de Nederlandse school hard nodig is. Met dit idee is de Hendrik Jacobs Foundation (www.hendrikjacobs.nl) opgericht, een stichting met als doelstelling om de reputatie van de vroege Nederlandse vioolbouwers en hun instrumenten weer in ere te herstellen en het nationale en internationale belang ervan te onderstrepen. Het Nationaal Muziekinstrumenten Fonds onderschrijft het belang van dat onderzoek en steunt van harte het initiatief van de Hendrik Jacobs Foundation.

Bronnen

  • D.J. Balfoort, 1931 De Hollandsche vioolmakers, H.J. Paris, Amsterdam.

  • Bolink J, Giskes J, Lindeman F, Stam S,, 1999, 400 jaar vioolbouwkunst in Nederland, Amsterdam.

  • Stadsarchief van Amsterdam, geraadpleegd in 2025

Auteur
Hubert de Launay
Datum
12 maart 2025