Doorgaan naar content
instrument

viool

François Louis Pique

gebouwd in Parijs in 1797

Een viool ‘ex-Theo Olof’, gebouwd door François Louis Pique in Parijs, 1797. Opus 62.

Geschiedenis van het instrument

Deze bijzondere viool is in 1993 aangekocht van Theo Olof, weldoener en medeoprichter van Het Muziekinstrumentenfonds, die er jarenlang op heeft gespeeld. Na de aankoop kon Olof de viool nog enige tijd blijven bespelen. Na de uiteindelijke overdracht hebben achtereenvolgens Liza Ferschtman, Dmitri Makhtin, Cindy Albracht, Renate van Riel, Melissa Ussery en Daniel Leenders de viool van het fonds in bruikleen gekregen. Eline van Dijk bespeelt de viool vanaf het jaar 2025. In het dossier bevindt zich een certificaat van Max Möller dd. 30-08-1981, waarin hij de viool omschrijft als ‘bijzonder puur geconserveerd en kenmerkend voorbeeld van Piques fraaiste werk’.

In de autobiografie van Olof, ‘Flarden’ (2000) beschrijft hij zijn zoektocht naar een goede, hem passende, viool en hoe hij vele jaren mooie instrumenten van beroemde Italiaanse bouwers leende: Amati’s, Guadagnini’s, Gagliano’s. Veelal kwamen die instrumenten via vioolbouwer Max Möller. Ook leende Olof enige tijd een Stradivarius van een anonieme weldoener. Dat was volgens Olof een prachtige viool, maar met een te kleine toon voor de grote concertzaal. Rond 1975 werd Olof gebeld door Max Möller die zei dat hij de ideale viool voor hem had gevonden: een François Louis Pique uit 1797. Het was liefde op het eerste gezicht, op het eerste gehoor. Olof bezat zelf een mooie viool van Lupot maar daarmee was hij niet zo gelukkig. Möller stelde voor de instrumenten met gesloten beurzen te ruilen en daar ging Olof met graagte op in. Hij had zijn favoriete instrument gevonden!

Theo Olof (1924–2012) is een van de bekendste Nederlandse violisten uit de 20e eeuw. Hij werd als Theo Olof Schmuckler geboren in Duitsland. In de jaren dertig kwam hij met zijn moeder als Joodse vluchteling vanuit Duitsland naar Amsterdam en werd daar, samen met onder meer Herman Krebbers, Willem Noske, Davina van Wely en Lola Mees leerling van de grote vioolpedagoog Oscar Back. Hij bleek een wonderkind; op zijn elfde speelde hij het vioolconcert van Paganini met het Concertgebouworkest o.l.v. Bruno Walter, en op zijn twaalfde het vioolconcert van Tsjaikovski met het Residentieorkest o.l.v. Issay Dobrowen. Na in de Tweede Wereldoorlog ondergedoken te zijn geweest, hervatte hij zijn carrière. In 1951 was hij één van de prijswinnaars op het Koningin Elisabethwedstrijd in Brussel. In 1950 werd hij, samen met Herman Krebbers, concertmeester bij het Residentieorkest, waar hij 20 jaar zou blijven. In 1974 volgde hij Herman Krebbers naar het Concertgebouworkest. In 1985 ging hij met pensioen.

Theo Olof is in veel opzichten zeer belangrijk geweest voor het Nederlands muziekleven. Zo speelde hij veel werken van moderne componisten. Hans Henkemans en Bruno Maderna droegen hun vioolconcerten aan hem op, en hij speelde ook werken van Britten, Rawthorne, Berg, Berio en van veel Nederlandse componisten als Jan van Vlijmen, Ton de Leeuw, Hans Kox en Oskar van Hemel. Olof trad ook vaak samen met Herman Krebbers op. De vertolking van Bachs dubbelconcert door Krebbers en Olof was beroemd. Ze speelden ook de aan hen opgedragen dubbelconcerten van Henk Badings en Geza Frid. Naast violist was Olof een veelgelezen en geestig schrijver en columnist. Naast autobiografisch werk (Daar sta je dan, Flarden), schreef hij over vele muzikale onderwerpen, waaronder de geschiedenis van het Studiefonds Oscar Back. Theo Olof stond aan de wieg van Radio 4 en was een van de oprichters en de eerste voorzitter van Het Muziekinstrumentenfonds.

Over de bouwer François Louis Pique

De Franse revolutie van 1789 had in Parijs, meer nog dan in de rest van Frankrijk ingrijpende gevolgen. Dat gold ook voor het leven van de vioolbouwer François Louis Pique die sinds 1787 in hartje Parijs woonde. Zijn klanten die voor een...

Meer over deze bouwer