Geschiedenis van het instrument
In 2007 plaatste Het Muziekinstrumentenfonds de opdracht tot het bouwen van deze violone bij Jaap Bolink. De financiering werd mogelijk gemaakt door Stichting Dijkverzwaring. Hans Roelofsen had een aanvraag ingediend voor een violone, waar hij al jaren tevergeefs naar op zoek was. Bolink en Roelofsen werkten nauw samen en kwamen tot de conclusie dat een combinatie van twee eigenschappen van violones die Roelofsen tijdens zijn zoektocht bespeelde tot het perfecte instrument zou moeten leiden. In Leipzig bespeelde hij een Thielke uit 1662, in Toronto een Italiaans instrument.
De combinatie van eigenschappen van deze beide instrumenten, de één met een gewelfd achterblad, de ander met een vlak achterblad en in vioolvorm, vormden uiteindelijk het uitgangspunt voor de violone die Bolink bouwde. Het werd dus een eclectisch instrument, zoals Roelofsen het noemde, ‘met dezelfde diepte als een contrabas, maar smeuïger en met een makkelijker te bespelen hoogte vanwege de vijfde snaar boven de vier die de bas overlappen’.
Hans Roelofsen was lange tijd bespeler van het Hilversumse instrument, Rudolf Senn en Frank Dolman hebben de violone op projectbasis geleend.
De combinatie van eigenschappen van deze beide instrumenten, de één met een gewelfd achterblad, de ander met een vlak achterblad en in vioolvorm, vormden uiteindelijk het uitgangspunt voor de violone die Bolink bouwde. Het werd dus een eclectisch instrument, zoals Roelofsen het noemde, ‘met dezelfde diepte als een contrabas, maar smeuïger en met een makkelijker te bespelen hoogte vanwege de vijfde snaar boven de vier die de bas overlappen’.
Hans Roelofsen was lange tijd bespeler van het Hilversumse instrument, Rudolf Senn en Frank Dolman hebben de violone op projectbasis geleend.
Over de bouwer Jaap Bolink
Jaap Bolink werd geboren in Enschede op 7 februari 1946. Hij is de zoon van vioolbouwer Jan Hendrik Bolink en bouwde onder diens toezicht op 13-jarige leeftijd zijn eerste viool. Van 1963 tot 1967 volgde hij de gerenommeerde...
