Tot ver in de twintigste eeuw werden ‘The Voller Brothers’ meer geassocieerd met opzettelijke misleiding, vervalsingen of andere weinig ethische transacties dan met integere, gewetensgetrouwe vioolbouwers. De erkenning dat zij uitzonderlijk goede vaklieden waren is pas van recenter datum.
Dat aanvankelijke beeld kon pas worden genuanceerd nadat alle teleurstellingen en rechtszaken over vermeende oude Italiaanse violen die ‘Vollers’ bleken te zijn, verwerkt waren en hun instrumenten later nog eens nader onderzocht. De broers, afkomstig uit een armoedige buurt van Londen bleken vioolbouwers te zijn die niet onderdeden voor de besten van hun tijd. Zij hadden kans gezien om uit de anonimiteit en armoede te komen waarin veel kleine ambachtslieden in de achterstraten en kleine werkplaatsen van Londen hun leven lang waren blijven steken. Zij maakten aanvankelijk onverdachte kopieën op verzoek, later maakten ze schaamteloos echte vervalsingen.
Waar vroeger een Voller-viool bijna synoniem was voor verachtelijk en minderwaardig, ontstond geleidelijk aan ook een ander beeld; hun instrumenten bleken zich moeiteloos te kunnen meten met die van andere, gerenommeerde bouwers, vakkundig gemaakt en mooi van klank. Dat de broers zich daarbij ook nog eens hadden kunnen opwerken tot voortreffelijke vaklieden kon ook op bewondering rekenen. Een Voller werd een veel gezocht instrument en de broers leken meer slachtoffers van infame handelaren dan daders van praktijken die gerenommeerde handelaren niet geschuwd hadden. In werkelijkheid waren beide opvattingen waar.
Wij gebruiken uitsluitend functionele en geanonimiseerde cookies om de website goed te laten werken. Deze cookies verzamelen geen herleidbare persoonsgegevens. Meer informatie hierover vindt u op onze pagina over het cookiebeleid.