Doorgaan naar content
bouwer

Matthias (II) Alban (Albani)

*1634 , Kaltern      †1712 , Bozen

Anders dan de naam doet vermoeden is het dorp Kaltern de warmste plaats in de Alpen van Tirol. De ouders van Matthias Alban waren boeren die daar op de hellingen hun vee lieten grazen. Zijn vader maakte ’s winters eenvoudige instrumenten, net als veel boeren in de omgeving.

In Matthias’ jonge jaren werkte Georg Seelos in Kaltern. Seelos was een bouwer van luiten, gamba’s en violen uit Füssen die enkele jaren in Kaltern was neergestreken voor hij in 1646 weer vertrok om de vioolbouwer van het hof in Innsbruck te worden. Hoewel Matthias nog maar 12 was en te jong om zijn leerling te zijn geweest, lijkt Seelos hem aangezet te hebben om vioolbouwer te worden.
Werkplaats(en)
Bozen, ±1655-1710

Invloed van Jacob Stainer

Wie Matthias het vak wél leerde is niet bekend. Gezien zijn vroegste instrumenten heeft Jacob Stainer een grote invloed op hem gehad. Deze vioolbouwer trok jarenlang door Midden-Duitsland, Tirol en Noord-Italië waar hij zijn eigen instrumenten verkocht aan kloosters en hoven in Innsbruck, Salzburg én Bolzano. Hij repareerde ze en handelde in instrumenten van anderen.

Jacobus Stainer

Jacobus Stainer

Stainer werd vioolbouwer aan het hof van aartshertog Ferdinand Karl in Innsbruck, maar zou nog met enige regelmaat vanuit Absam, waar hij zijn werkplaats had, naar Innsbruck reizen om daar de violen af te leveren die de aartsbisschop besteld had voor zijn hoforkest. Soms reisde hij door naar Merano waar rijke Venetianen de zomers doorbrachten en bij hem violen hadden besteld. Die reizen eindigen dan vaak in Bozen. Stainers instrumenten werden zo goed, dat zijn roem zich al snel over heel Europa zou verspreiden. Matthias’ eigen instrumenten leken wat model en klank betreft sprekend op die van Stainer.

Linz, Rome en Bozen

Ten opzichte van de muzikale centra lag Kaltern niet erg gunstig. Ergens tussen 1668 en 1669 verhuisde Matthias Alban naar Linz dat tussen Wenen en Salzburg ligt, maar hij vertrok daar vrijwel direct weer. Hij reisde door naar Rome waar hij bij Martino Arz en Andrea Portoghesi werkte. Maar ook in Rome bleef hij niet lang, na twee jaar keerde hij weer naar zijn geboortestreek terug. Zijn vader, Matthias Alban I, was inmiddels naar Bozen verhuisd dat niet meer dan enkele kilometers ten zuiden van Kaltern ligt. Hij bouwde daar vermoedelijk ook enkele violen, maar er bestaan geen instrumenten die met zekerheid van zijn hand zijn. In Bozen werd Matthias in 1671 als inwoner van de stad ingeschreven onder de naam Albani, met als beroep: ‘luiten- en vioolbouwer’. Daar produceerde hij zijn eerste violen onder eigen naam. Twee jaar later overleed zijn vader.

Albans violen behoorden tot de favoriete instrumenten van de vioolvirtuoos en componist Arcangelo Corelli

Bozen lag aan de oude Romeinse weg, de Via Claudia Augusta, die Venetië en Verona met München, Regensburg en Augsburg verbond. Een knooppunt voor de handel van Duitsland, Oostenrijk en Italië. Vier keer per jaar werden er jaarmarkten gehouden waar niet alleen luxe goederen zoals zijde, maar ook instrumenten werden verhandeld.

Claudia de Medici

Van Jacob Stainer, die een voortreffelijke bouwer van strijkinstrumenten was, weten we dat hij veel en lange reizen maakte en dat hij ook geregeld de jaarmarkten van Bozen bezocht. De stad was in die tijd een toonbeeld van versmelting van twee culturen. Claudia de Medici liet er een handelsrechtbank vestigen waar alleen rechters mochten werken die Italiaans en Duits spraken. Tijdens de markten werd er op straat muziek gemaakt maar er werden ook grote muziekuitvoeringen gegeven.

Een jaar na zijn aankomst in Bozen trouwde Matthias en in 1675 kreeg hij zijn eerste zoon, Johann Michael, en in 1680 werd hun tweede geboren, Joseph. Matthias’ echtgenote overleed twee jaar na de geboorte van Joseph en een jaar later trouwde Matthias opnieuw. Zijn beide zonen leidde hij zelf op.

Invloed op andere bouwers

Samen met de violen van Amati en Stainer waren Matthias’ instrumenten in de 18e eeuw erg geliefd. Zijn naam werd vaak verbonden aan violen die in de verste verte niet op zijn werk lijken. Albans violen behoorden tot de favoriete instrumenten van de vioolvirtuoos en componist Arcangelo Corelli.

Hij was tijdens zijn leven al een vioolbouwer van aanzien en verkocht zijn instrumenten naar alle windstreken. Al in 1690 werden zijn instrumenten nagemaakt in Duitse werkplaatsen. Albans invloed strekte zich uit van Midden-Duitsland tot Venetië.

Viool Matthias Alban uit de collectie van het Muziekinstrumentenfonds

Drie generaties Alban in Bozen

Het merendeel van zijn productie ligt tussen 1690 en 1710. Het vermoeden bestaat dat zijn zoons Joseph en Michael daar verantwoordelijk voor waren. Hun vader was al op leeftijd maar liet hen nog steeds zijn etiket gebruiken. Drie generaties Alban werkten in Bozen. Joseph Alban volgde zijn vader na diens dood in 1712 op en Joseph Anton, Matthias’ kleinzoon, keerde na in Wenen gewerkt te hebben naar Bozen terug. Matthias’ andere zoon, Johann Michael, nam de werkplaats van Wolfgang Sagmayr in Graz over in 1702.

Matthias Alban bouwde naast luiten voornamelijk violen. Er zijn enkele cello’s aan hem toegeschreven, maar die hebben geen authentiek etiket.

Matthias Alban gebruikte een gedrukt etiket met de opdruk: Matthias Albanus me fecit, in Bozen 17..

Bronnen

  • Kofler, Julia. Mathias Alban – Khunstreicher Geigen- und Lautenbauer. Scriptie aan het Mozarteum in Salzburg (1998).

  • Höpfel, J., 1898, Innsbruck, Residenz der alte Musik. Innsbruck

  • Bletschacher R. 1978, Die Lauten- und Geigenmacher des Füssener Landes, Wenen.

  • Lütgendorff-Leinburg W. L., 1975, Die Geigen- und Lautenmacher vom Mittelalter bis zur Gegenwart. Schneider, Tutzing.

  • Piegendorfer G., 1895, Der schwäbische Geigenbau von 1600 bis auf unsere Zeit, nebst einer kurzgefaßten Characteristik ihrer Arbeiten, Leipzig.

  • Waldner F., 1911, Nachrichten über Tirolische Lauten- und Geigenbauer, Wenen.

  • Tarizio, Cozio archive, bezocht 2024

  • Britannica archive, bezocht in 2024

  • Geneanet, bezocht in 2024

Auteur
Jan Boekhout
Datum
3 april 2024