Doorgaan naar content
bouwer

Lothar Seifert

*1932 , Kirchberg      †2015 , Bubenreuth

De familie Seifert was oorspronkelijk afkomstig uit de omgeving van Kirchberg in Tirol. Daar bouwden zij sinds 1835 hun strijkinstrumenten. Oskar Seifert, Lothars vader, was in 1924 als eerste van de familie begonnen met strijkstokken. Dat vak had hij geleerd van Albert Renz in Markneukirchen. Zijn eerste stokken waren van beukenhout dat hij in de omgeving vond, later van hout dat hij importeerde uit Brazilië. De familie Seifert verhuisde in 1932 naar Graslitz, het huidige Kraslice, dat 450 km verderop in Tsjechië lag en dat samen met het naburige Schönfeld al vanaf de 17e eeuw een bekend vioolbouwcentrum was. Een groot deel van de bevolking uit de streek bestond uit Duitsers. Lothar Seifert leerde het vak van stokkenmaker niet alleen van zijn vader, maar ook van anderen; een leer-werk opleiding die in het grootste deel van Duitsland gebruikelijk was.
Werkplaats(en)
Bubenreuth, 1950-2015

Lothar Seifert

Onteigend en verdreven

In Kraslice opende hij een eigen werkplaats. Voor de Tweede Wereldoorlog woonden er rond Kraslice zo’n 3 miljoen Duitsers. Na de val van het Derde Rijk werden zij allemaal door de Tsjechen gedwongen Kraslice te verlaten. Zij werden hardhandig verdreven, vaak zwaar mishandeld en allemaal onteigend. Duizenden vonden in die dagen de dood. Ook de familie Seifert moest de stad uit. Op initiatief van de burgemeester van Bubenreuth kon een groot deel van de verdreven vioolbouwers en strijkstokkenmakers zich in Bubenreuth vestigen, zo ook de familie Seifert.

Bubenreuth: dorp van thuiswerkers tot fabrieksarbeiders

Lothar Seifert werkte eerst bij een onbekende stokkenmaker, maar opende in 1950 weer een eigen werkplaats in Bubenreuth. In en om het dorp, dat door deze migratie slechts in een paar jaar gegroeid was van 700 tot 2900 inwoners, ontstond een goed werkend coöperatiemodel van kleine en grote instrumenten- en strijkstokkenmakers. Lothar Seifert en de andere nieuwkomers konden zich daar zonder veel moeite bij aansluiten. Voor de verkoop van hun werk waren ze grotendeels afhankelijk van de handelaren in Markneukirchen.

Rond de komst van Seifert in Bubenreuth brachten Albert en Ernst Roth, twee grote ondernemers in de instrumentenbranche, hun bedrijf van Markneukirchen naar Bubenreuth. Daarmee begon de geleidelijke omslag van de huisindustrie, die het moest hebben van kleinschalig en goed vakmanschap, naar een fabrieksmatige industriële productie.

Al rond 1955 werden er honderdduizenden instrumenten per jaar uit de streek tussen Bubenreuth en Schönbach over de hele wereld verscheept, niet in de laatste plaats naar de Verenigde Staten waar veel vertegenwoordigers van de Duitse bouwers zaten.

Bron: http://www.seifert-bogen.de

Tegen de stroom in: handgemaakte strijkstokken

Het bedrijf van Lothar en zijn twee zonen groeide, maar zij bleven een van de weinige families die zich afzijdig hielden van de opgekomen massaproductie. Net als de bouwers van de families Raab, Sandner en Schuster bleef Lothar Seifert zijn stokken voornamelijk met de hand maken die hij via vertegenwoordigers over de hele wereld geëxporteerde. Hij overleed in 2015, zijn zoon zette het bedrijf tot heden voort.

Lothar Seifert bouwde stokken naar modellen van Voirin, Simon, Tourte, Peccatte, Knopf en Bausch.

Bronnen

  • Kraus, F. 1935, Die Geschichte der Sudetendeutschen, Open Press, Liberec

  • Archief van het Mittenwald museum voor vioolbouw, geraadpleegd 2024

  • Vannes R., 1999, Dictionnaire universel des luthiers, Spa.

  • The Smithsonian Institution, ‘The Violinmakers of Bubenreuth’

  • Tarisio, Cozio archive, geraadpleegd in 2024

Auteur
Jan Boekhout
Datum
6 februari 2024