Doorgaan naar content
bouwer

Jules Fétique

*1875 , Mirecourt      †1951 , Parijs

Jules kwam in 1875 ter wereld als jongste zoon van Charles Claude Fétique en Josephine Barbé. Zijn vader was vioolbouwer en zijn moeder couturier. Hun oudste zoon Victor was drie jaar eerder geboren. De familie Fétique woonde al drie generaties in het Noord-Franse stadje Mirecourt waar veel van de belangrijkste vioolbouwers en strijkstokkenmakers vandaan kwamen of er hun vak hadden geleerd.

Toen Jules Fétique rond zijn twaalfde aan zijn opleiding tot strijkstokkenmaker begon, wist het grote publiek nauwelijks iets over het vak, laat staan dat het werd gewaardeerd. Alleen onder beroepsmusici stonden bekwame strijkstokkenmakers in hoog aanzien. Daar hadden de groten als Tourte, Lupot en Voirin voor gezorgd. De algemene waardering ontstond pas nadat de eerste publicatie over het vak in 1901 verscheen. Het was een stuk dat Charles Nicolas Bazin schreef voor bij zijn catalogus van strijkstokken.

Victor begon op zijn 12e aan een opleiding tot strijkstokkenmaker en drie jaar later volgde Jules zijn voorbeeld. Dat zou Jules een groot deel van zijn leven blijven doen: hij volgde zijn broer in zijn loopbaan, verhuisde mee naar Parijs, deed net als Victor mee aan internationale exposities, begon voor zichzelf, maar uiteindelijk werkten zij als geheel gelijkwaardige vakgenoten samen.

Victor had het vak geleerd van Émile Miquel, een goede maker van strijkstokken die zijn werkplaats had aan de Pré de Paradis, niet ver van waar de familie Fétique woonde. Toen Jules 12 was ging ook hij in de leer bij Émile Miquel.

Miquel was gevormd door twee grootheden in zijn beroep bij wie hij enkele jaren had gewerkt: Dominique Peccatte en Jean-Baptiste Vuillaume. Maar in de periode dat Jules bij hem werkte, was hij overgestapt op het in die tijd meer gevraagde model van Charles Nicolas Bazin. Die stokken werkte hij meestal af met een zilveren montuur.
Werkplaats(en)
Mirecourt, ± 1900-1916
Parijs, 1916-1950

Eerste jaren in Mirecourt

Jules kon zijn opleiding niet bij Émile Miquel afmaken. Zijn leermeester verliet in 1891 Mirecourt en vestigde zich in Nancy. Noodgedwongen moest Jules een andere vakman zoeken bij wie hij zijn opleiding kon voortzetten. In één jaar voltooide hij die bij Charles Nicolas Bazin. Ook bij deze stap in Jules’ loopbaan was Victor hem voorgegaan.

Charles Nicolas Bazin

Charles Nicolas Bazin

Bazin was een charismatische leermeester die een grote werkplaats had waar hij jonge mensen opleidde. Hij inspireerde hen om zich verder te ontwikkelen en te experimenten tot ze hun eigen weg hadden gevonden. Jules bleef ook na zijn opleiding nog enkele jaren in Mirecourt en maakte vermoedelijk ook strijkstokken voor anderen, maar bracht het grootste deel van zijn tijd door bij Bazin.

Jules trouwde in 1897 met Marie Therrier, maar zij bleven kinderloos. De concurrentie onder de vioolbouwers en strijkstokkenmakers was in Mirecourt erg groot; voor veel goede vakmensen, of dat nu vioolbouwers of strijkstokkenmakers waren, lag hun toekomst eerder in Parijs dan in Mirecourt.

Een nieuw begin: Parijs

Het duurde echter tot 1916 voordat Jules naar de Franse hoofdstad vertrok. Waarschijnlijk ging zijn echtgenote mee, maar zij staat niet geregistreerd in de Parijse archieven. Voor de derde maal volgde hij Victor. Die was samen met zijn vrouw en twee jonge kinderen al in 1901 naar Parijs gegaan. Daar was hij bij Caressa et Français gaan werken, een van de meest prestigieuze Maisons in Parijs, dat naast het Parijse Conservatoire de Musique zat. Het huis zette dat van Gand en Bernardel voort en daarmee ook van Lupot, tot dan toe een van Frankrijks grootsten in het vak. De twee eigenaren, Henri Français en Albert Caressa waren zich terdege bewust van hun verantwoordelijkheid, produceerden instrumenten op het hoogst denkbare niveau en stonden daarbij ook internationaal bekend om hun bijzondere collectie strijkinstrumenten en strijkstokken. De begintijd van deze firma maakte Victor van nabij mee want hij bleef er 12 jaar, Jules de expansie ervan. Jules begon na aankomst in Parijs nog niet direct bij Caressa et Français, maar werkte anderhalf jaar bij van een van de beste zelfstandige strijkstokkenmakers van die tijd: Eugène Sartory.

Catalogus Caressa & Français

Prestigieus en internationaal: Maison Caressa et Français

Jules’ volgende werkgever, Henri Français, was vioolbouwer en Albert Caressa kenner van oude instrumenten en de ondernemer van het bedrijf. Beide eigenaren mochten inmiddels de veelbegeerde titel ‘Luthier du Conservatoire de Musique’ dragen en later ook die van ‘Luthiers de l’Opéra’ en ‘Experts du Civil Tribunal de la Seine’. Jules werd een van de 15 vioolbouwers en strijkstokkenmakers die bij hen in dienst waren, allen behoorden zij tot de besten in hun vak. Jules had Claude Thomassin en André Richaume als collega stokkenmakers. Hoewel Jules bij Caressa et Français in dienst kwam, bleef hij daarnaast ook nog jaren voor Eugène Sartory stokken maken en hem als dat nodig was in diens werkplaats bijstaan.

Dankzij hun onkreukbare naam en goede contacten leidden Caressa en Français het bedrijf door de moeilijke periode vóór de Eerste Wereldoorlog heen. Dat ging echter niet zonder dat het bedrijf moest inkrimpen. Victor kreeg in 1913 ontslag en begon voor zichzelf, maar bleef nog wel stokken maken voor het Maison.

Werken voor drie meesters; Caressa, Sartory en Fétique

Jules was enorm productief. Hij sprong niet alleen Sartory, maar ook Victor bij in de eerste jaren van diens aanvankelijk moeizame bestaan als zelfstandig strijkstokkenmaker. Het was een bescheiden start geweest, maar vanaf 1915 produceerden Victor en Jules door de toegenomen vraag samen een groot aantal strijkstokken.

Door Victors inspanning om zijn stokken zo slank mogelijk te maken, werden die soms te dun en braken ze. Musici werden huiverig om met zijn stokken te spelen. Daar kwam bij dat in zijn ambitie om een groot en indrukwekkend bedrijf neer te zetten, het ondernemerschap van Victor de laatste jaren de overhand kreeg en hij nonchalanter werd bij de keuze van zijn medewerkers; ze zorgden wel voor productie, maar niet altijd voor kwaliteit. Het tij keerde toen Jules voor hem een groot aantal goede stokken maakte die minder kwetsbaar waren, net als Albert Thomassin en Louis Morizot.

In 1921 overleed Jules’ echtgenote kinderloos en trouwde hij in dat jaar voor de tweede keer. Ook met zijn nieuwe vrouw zou hij geen nakomelingen krijgen. Zijn ouders waren bij hun huwelijk aanwezig, maar zijn moeder overleed enkele maanden later.

Meilleur ouvrier de France

In 1927 ontving Jules de prestigieuze titel ‘Meillieur ouvrier de France’ voor de uitzonderlijk hoge kwaliteit en consistentie van zijn werk. Victor had die titel zes jaar eerder eveneens gekregen.

Victor overleed in 1933. Niet Jules, maar Victors zoon zette de zaak voort. Jules bleef bij Caressa et Français in dienst tot hij, na 18 jaar, in 1934 werd ontslagen vanwege de economische crisis die in heel Europa heerste. Ook de vioolbouwer André Paul Dugad kon niet bij het Maison blijven. In de Rue de Moscou begonnen Jules en André Paul een eigen zaak die tot 1950 zou blijven bestaan.

André Devambez, Wereldtentoonstelling 1937 gezien vanaf de Eiffeltoren, olieverf op canvas (1937).

In 1937 deed Jules met enkele strijkstokken mee aan de Exposition Universelle in Parijs die in het teken stond van ‘Arts et techniques appliqués à la vie moderne’. Daar deden 52 landen aan mee en het trok 32 miljoen bezoekers. De inzending van Caressa et Français won goud, Jules kreeg een ‘Diplôme d’Honneur’.

Jules stopte in 1950 met werken en verhuisde naar Gagny-les-Abbesse waar hij in 1951 overleed. Samen met Eugene Sartory wordt hij gezien als een van de beste Parijse stokkenmakers van het begin van de twintigste eeuw.

Eugène Sartory

De Sartory’s voor de armen

Het oeuvre van Jules Fétique kan worden onderverdeeld in drie periodes. De eerste toen hij bij C.N. Bazin werkte voor wie hij slanke elegante stokken maakte naar diens voorbeeld. In de tweede periode, en bijna zijn hele loopbaan, zou hij met succes proberen Eugène Sartory te evenaren. De laatste periode herontdekte hij de toen vergeten ‘school’ van Peccatte: een grovere, bijna vierkante kop met bijpassende slof.

Bedoeld als een compliment, werden Jules Fétiques strijkstokken ook wel ‘de Sartory’s voor de armen’ genoemd! Veel musici vonden het subliem spelende stokken die een eervolle vermelding verdienden. Nu zijn Jules Fétiques strijkstokken uiterst kostbaar.

Vanaf het moment dat hij voor zichzelf begon, nam hij geleidelijk afscheid van zijn vertrouwde Sartory-model en richtte hij zich meer op dat van Dominique Peccatte. Zijn stokken werden daarmee ook wat robuuster dan zijn Sartory-modellen. Experts Millant en Raffin zien daarin een nieuwe Parijse ‘school’ ontstaan.

Vrijwel alle stokken van Jules Fétique zijn rond en gemaakt van donker bruin-rood pernambuco. Zijn brandmerken waren: J. FETIQUE; J. FETIQUE PARIS en JULES FETIQUE PARIS EXP’on 1937.

Naast stokken voor Victor en Caressa et Français, maakte Jules ze ook voor onder anderen: P. Blancard, fa. Maucotel et Dechamps, C.F. Brugère en Eugène Sartory.

Bronnen

  • Millant B., Raffin J.F., (2000) l`Archet: les archetiers Français 1750-1950. Paris.

  • Vatelot E. (1976), Les Archets Français. Nancy.

  • Jacquot A., 1912, La Lutherie Lorraine et Française, Paris.

  • Henley W., 1959 Universal Dictionary of Violin and Bow Makers. Amati Publications. London.

  • Vannes R., 1999, Dictionnaire universel des luthiers, Spa.

  • Tarisio; the Cozio archives, geraadpleegd in 2024.

  • Geneanet, geraadpleegd in 2024.

  • Archives Nationales de France, geraadpleegd in 2024.

Auteur
Jan Boekhout
Datum
10 januari 2025