Doorgaan naar content
bouwer

Joseph Hijman

*vóór 1800 , Amsterdam      †na 1825 , Amsterdam

”Over het leven van Joseph Hijman is niets gevonden. Zelfs de spelling van zijn naam is niet helemaal duidelijk,” zo spreekt Dirk Balfoort in zijn werk ‘de Hollandsche Vioolmakers’ over Joseph Heyman(s). Afgaande van wat er op originele labels staat, zal zijn naam Joseph Hijman zijn geweest. Balfoort schrijft verder dat er mogelijk een altviool van zijn hand uit 1825 is verkocht op een veiling in 1890, alleen is dit exemplaar nooit boven water gekomen.
Werkplaats(en)
Amsterdam, ± 1810 - na ± 1825
Viool door Joseph Hijman (± 1760) uit de collectie van het Muziekinstrumentenfonds - achterblad uit één stuk

Verward met Lefèbvre

Uit onderzoek blijkt dat er tot nu toe slechts vier violen bekend zijn van zijn hand. De viool van het Nationaal Muziekinstrumenten Fonds is onlangs ontdekt binnen de collectie, nadat deze sinds 2009 als ‘toegeschreven aan J.B. Lefèbvre’ stond geregistreerd. De viool komt zeer sterk overeen met een gesigneerd exemplaar in de collectie van het Kunstmuseum in Den Haag. Die viool heeft een origineel etiket waarop staat: ‘Joseph Hijman fecit Amsterdam 1815’. Opvallend is dat het label gedrukt is, maar dat ‘Hijman’ met de hand geschreven is.

Viool door Joseph Hijman (± 1760) uit de collectie van het Muziekinstrumentenfonds - achterblad uit één stuk

Viool door Joseph Hijman (± 1760) uit de collectie van het Muziekinstrumentenfonds - achterblad uit één stuk

Typisch voor de ‘Haagse periode’

Zijn werk sluit goed aan bij wat er in die periode gemaakt werd in Nederland, onder anderen door de eerder overleden Johannes Theodorus Cuypers en Jean Baptiste Lefèbvre. Met name de lichte amberkleurige lak op een lichte ondergrond is zeer typisch voor deze periode. Zijn f-gaten zijn een vrije interpretatie van de beroemde Cremonese bouwer Guarneri 'del Gesù', iets wat je vaak ook terugziet in het werk van de Cuypers-familie. Vrijheid in de f-gaten is iets dat absoluut terugkomt in het werk van Hijman. Waar het model en de krul hetzelfde zijn, met identieke karaktertrekken en afwerking, kunnen de f-gaten sterk verschillen en soms een totaal andere vorm hebben.

Eigen stijl

Toch heeft Hijman een eigen stijl; met name de omtrek van zijn klankkasten en krullen zijn identiek aan elkaar. In het snijwerk van zijn krullen zijn onder andere de volgende overeenkomsten te zien: het oog is vrij fors en eindigt met een scherpe snede van zijn guts; ook is er sprake van een klein karakteristiek driehoekje aan de achterkant onderaan de krul, wederom als overblijfsel van zijn manier van gutsen. Een ander opvallend detail zijn de – vaak fraaie – achterbladen uit één stuk.

Bronnen

  • D.J. Balfoort, 1931 De Hollandsche vioolmakers, H.J. Paris, Amsterdam. Bolink J, Giskes J, Lindeman F, Stam S,, 1999, 400 jaar vioolbouwkunst in Nederland, Amsterdam. Stadsarchief van Amsterdam, geraadpleegd in 2025

Auteur
Hubert de Launay
Datum
18 maart 2025