Doorgaan naar content
bouwer

Johannes Bernardus Cuypers

*1781 , Den Haag      †1840 , Den Haag

Nederland kende twee periodes van bloei in de vioolbouw. De eerste was in Amsterdam van 1650 tot 1728, de tweede speelde zich grotendeels af in Den Haag, vanaf 1760 tot 1840. Deze piek had voornamelijk te maken met de familie Cuypers, onder leiding van vader Johannes Theodorus Cuypers. Dit atelier is zonder twijfel het meest productieve atelier geweest uit de Nederlandse vioolbouwgeschiedenis. Vader Johannes Theodorus kon dit onmogelijk in zijn eentje realiseren, dus zijn verhaal valt dan ook niet te vertellen zonder zijn beide zonen Franciscus en Bernardus te noemen. Cuypers-instrumenten bevinden zich inmiddels over de hele wereld, vaak in handen van professionele musici.
Werkplaats(en)
Den Haag, ±1799 - 1840

In de voetsporen van vader

Bernardus is geboren in 1781 in Den Haag, als jongste kind van Johannes Theodorus Cuypers en Anna Maria Borneman. Hij was pas 2 jaar oud toen zijn oudere vioolbouwende broer Franciscus al op 17-jarige leeftijd naar Amsterdam verhuisde. De broers kunnen dan ook niet (dagelijks) samen hebben gewerkt in het atelier van hun vader, zoals vaak werd beweerd. Over zijn jeugd is niks bekend maar hij heeft met zekerheid het vioolbouwvak geleerd van zijn vader. Twee maanden na het overlijden van zijn vader trouwt Bernardus met Johanna Theodora van Aardenburg, met wie hij drie kinderen krijgt. Johanna komt al vroegtijdig te overlijden waarna Bernardus in 1815 hertrouwt met Cecilia Johanna Euphrosine Malherbe met wie hij nog eens 7 kinderen krijgt. 

Muzikaal gezin

Het moet een muzikaal gezin zijn geweest. Enkele kinderen worden namelijk professioneel musicus en zijn zoon Johannes Franciscus II bekwaamt zich in eerste instantie ook als vioolbouwer, al zijn er geen instrumenten bekend van zijn hand. Later schoolt hij zich om tot pianomaker; zijn zaak heeft nog twee generaties bestaan tot 1917. Bernardus overlijdt in 1840; zijn dood markeert het einde van de tweede bloeiperiode van de Nederlandse vioolbouw. 

Kleine persoonlijke details

Bernardus heeft overduidelijk het vak van zijn vader geleerd want zijn werk is identiek, op enkele details na in de ornamenten. Met name de krullen zijn, ondanks dat ze forser zijn, beter afgewerkt. Een ander zeer typisch detail van Bernardus is het schuine, rechte vlak dat hij aanbracht op zijn hoeken. Hij gebruikt, net als zijn vader en broer, handgeschreven etiketten. Wel schrijft hij soms zijn signatuur, datum en locatie direct op het hout, aan de binnenkant van het achterblad.

Bronnen

  • D.J. Balfoort, 1931 De Hollandsche vioolmakers, H.J. Paris, Amsterdam.

  • Bolink J, Giskes J, Lindeman F, Stam S,, 1999, 400 jaar vioolbouwkunst in Nederland, Amsterdam.

  • Stadsarchief van Amsterdam, geraadpleegd in 2025

Auteur
Hubert de Launay
Datum
10 april 2025