cellostrijkstok
Fabius Beelaerts van Blokland

*1890 , Amsterdam †1971 , Amsterdam


Jan W. Lindeman in zijn werkplaats. Foto: anoniem
De aandacht en belangstelling van musici ging in het begin van de twintigste eeuw meer uit naar Franse instrumenten, dan naar Nederlandse. Daardoor bleef het aantal bouwers dat nieuwe instrumenten bouwde in Nederland beperkt. Wel was er door opkomst van het muziekleven, zowel door getalenteerde amateurs als door professionele musici, behoefte aan vioolbouwers die konden restaureren. Het Concertgebouworkest maakte naam door zijn unieke klank en veel musici, ook buiten het orkest, zochten instrumenten die daar iets van weg hadden. Veel oude instrumenten werden ingevoerd uit Italië en Frankrijk, maar die waren niet altijd in goede staat. Jan Willem Lindeman was in het restaureren daarvan zeer bedreven.

Kam voor een cello, Jan W. Lindeman
Zelf bouwde hij maar een beperkt aantal instrumenten. Zijn cello’s werden geroemd. Een ervan bouwde hij in 1931 voor Henk van Wezel, sinds 1923 cellist van het Concertgebouworkest. Deze bespeelde het instrument jarenlang, ook als solist in het orkest. Onder Mengelberg leidde zijn optreden en de klank van het instrument tot een reeks aanbevelingsbrieven voor de cello’s van Lindeman waaronder van Caspar Cassadó, Maurice Marechal en Bruno Walter.
Pour Monsieur J. Lindeman, avec toutes mes félicitations pour son bel instrument qui possède toutes les qualités des grandes basses italiennes, en clarté, volume et souplesse. Un luthier peut être fier d’un tel “enfant”! Bien cordialement Maurice Maréchal
Ook Bruno Walter, dirigent van het Concertgebouworkest loofde dit instrument in een brief uit 1935.
In 1932 werd zijn zoon Fred geboren. Ook Fred werd vioolbouwer. Hij leerde het vak van zijn vader, kwam in 1952 officieel bij hem in de zaak en werd vijf jaar later partner. Vader en zoon raakten geïnteresseerd in de opkomende trend van historisch geïnformeerde uitvoeringen en begonnen zich te specialiseren in het ombouwen van gemoderniseerde snaarinstrumenten naar hun oorspronkelijke barokke staat. Zij kwamen in contact met Sigiswald Kuijken die een belangrijk rol speelde in de autheticiteitsbeweging. Deze violist introduceerde vanaf halverwege de 60-er jaren de authentieke speelwijze voor de barokviool zonder deze onder de kin te klemmen.
De 'Gould' viool, Antonio Stradivari, 1693. Collectie Metropolitan Museum of Art
Toen Jan Willem in 1971 overleed, zette Fred de zaak voort. Hij werd met name een bekend expert in de barokbouw. Tot Lindemans meest opmerkelijke prestaties behoorde de restauratie van de 'Gould' Stradivari voor het Metropolitan Museum of Art in New York die hij vier jaar na de dood van zijn vader op voordracht van Sigiswald Kuijken ondernam. De 'Gould' wordt nog steeds gebruikt door barokviolisten voor concerten in de Met.
Het beperkte aantal violen dat Jan Willem Lindeman bouwde, was zorgvuldig gemaakt en voorzien van een lak die varieerde van geel tot rood. Zijn strijkstokken waren meestal achtkantig en eveneens zorgvuldig gemaakt en afgewerkt.
Nederlandse Groep van Viool- en Strijkstokkenmaker, 400 jaar vioolbouwkunst in Nederland, begeleiding: Johan Giskes e.a. 1999
Willem Mengelberg Foundation; Willem Mengelberg en zijn tijd, nr 125, 2018
The Strad; 2017, Dutch luthier Lindeman has died aged 84, Londen.
Brief van Fritz Busch aan Jan Lindeman, 1932 , particulier bezit.
Archief, portrettengalerij, Vereniging gepensioneerden Koninklijk Concertgebouw orkest, bezocht 2025