Doorgaan naar content
bouwer

Jacques Boquay

*± 1680 , Lyon      †± 1740 , Parijs

Waren de vroegste vioolbouwers van Parijs schatplichtig aan Andrea en Girolamo Amati, de latere Franse vioolbouwers waren dat weer aan de bouwers van de ‘École Vieux Paris’. Zo wordt de ‘school’ aangeduid van bouwers die vòòr de Franse Revolutie werkten. Jacques Boquay behoorde tot de eerste generatie van deze school. Het was slechts een zevental bouwers, verdeeld over de beide oevers van de Seine die wat techniek betreft veel met elkaar gemeen hadden.

Van wie Jaques Boquay het vak geleerd heeft is niet bekend, maar hij moet instrumenten in handen hebben gehad van de familie Amati. Van Andrea Amati waren er al 38 violen in het orkest van het Franse hof aanwezig, gebouwd in opdracht van de Franse vorst en in 1632 geleverd. De meeste instrumenten van Boquay’s hand zijn op deze bouwer geïnspireerd, maar iets kleiner en meer gewelfd.

Volgens overlevering is Jacques Boquay in Lyon geboren. Het jaar 1700 wordt daarin ook genoemd als het jaar waarin hij als vioolbouwer in Parijs begon, maar zijn eerste instrumenten met een Parijs label verschijnen pas rond 1710. Wellicht heeft hij pas na zijn aankomst in Parijs het vak geleerd of voor een andere bouwer gewerkt. Het Parijse gilde waar vioolbouwers onder vielen stelde onverbiddelijk hoge eisen aan vakmanschap, waardoor het jaren kon duren voordat een bouwer voor zichzelf kon beginnen.
Werkplaats(en)
Parijs, 1700-1739

De werkplaats van Jacques Boquay lag aan de Rue d’Argenteuil, een straat aan de rechter oever van de Seine, niet ver af van de Tuilerieën en het Palais Royal. Daar zou hij zijn hele werkzame leven blijven wonen. De straat telde ten tijde van zijn werkperiode niet veel meer dan 40 huizen, variërend van een slotenmakerswoning tot een klein theater.

Het hof van de Zonnekoning

Het Franse hof stopte geleidelijk met het kopen van violen in Italië en ging over tot het in eigen beheer laten bouwen van de strijkinstrumenten. Jacques Boquay mocht rond 1710 instrumenten leveren aan het hof van Louis XIV, de Zonnekoning. Dit viel samen met de inauguratie van de Chapelle Royale in Versaille die werd opgeluisterd door 200 musici. In 1711 trouwde Jacques Boquay. Parijs was in de periode van Louis XIV enorm gegroeid en onder zijn invloed was een gunstig klimaat voor de muziek, ballet en opera ontstaan.

Na de dood van de Zonnekoning in 1715, begon zijn zoon Louis XV met concerten in een zaal van de Tuilerieën die vlak bij Boquay lag. Lully schreef daar muziek voor, vaak in grote bezetting. Marin Marais, zelf een virtuoos violist, schreef een enorm oeuvre voor dit instrument waarvan een deel eveneens in de Tuilerieën werd uitgevoerd.

Er bestaat een basviool van Boquay’s hand met de inscriptie: "Sit nomen Domini benedictum” op de zijkant, vermoedelijk uit 1720, waarop aan de achterzijde het koninklijk wapen staat geschilderd. Die moet hij gebouwd hebben voor één van de twee orkesten die resideerden in Versailles onder Martin Richard de Lalande, waar een dergelijk instrument in gebruik was.

Bouwer én handelaar in instrumenten

De violen die Jacques Boquay verkocht, bouwde hij niet allemaal zelf, maar hij handelde ook in nieuwe instrumenten van anderen. Na zijn dood werden er negenentwintig violen van diverse bouwers uit de Lorraine-streek in zijn werkplaats aangetroffen. Hij had een leerling, een ‘garçon’, die in teruggevonden brieven Treuillot of Trevillot werd genoemd.

Manier van werken

Het hout dat Jacques Boquay gebruikte, was van goede kwaliteit. Dat werd door meerdere houtverwerkende ambachtslieden collectief aangeschaft en binnen de stad aan de oevers van de Seine afgeleverd.

Voor zijn instrumenten gebruikte Boquay een andere afwerking dan Amati: een onderlaag van beenderlijm, zonder kleurstoffen met daaroverheen een mengsel van drogende olie en pijnboomhars die later voor een natuurlijke, donkere verkleuring zorgde. Bij sommige instrumenten is een derde laag aangetroffen waarin wel kleurstoffen zaten.

Gezien het betrekkelijk grote aantal violen dat er nog van hem bestaat, is Boquay een productieve bouwer geweest.

Bron: Tarisio

Boquay gebruikte twee verschillende gedrukte etiketten:

‘JACQUES * BOQUAY / RUE DARGENTEUIL / A PARIS, 17..

De andere heeft een versierde rand:

‘Jacques Boquay / Rue d’Argentuil / a Paris 17..’

Bronnen

  • Dufour R., La musique Française au XVII et XVIII siècle, 1970, Parijs.

  • Bocour V, 2016, Handbook of materials of string musical instruments.

  • Dufourcq N, 1965, ”La Musique, les hommes, les instruments, les oeuvres…”, Parijs.

  • Milliot S. Documents Inédits sur les Luthiers Parisiens du XVIII° siècle, Paris.

  • Gétreau, F. Instrumentistes et Luthiers Parisiens XVII° - XIX° siècle Ouvrage dirigé, Paris.

  • The Strad, mei, 1892. Londen.

Auteur
Jan Boekhout
Datum
22 oktober 2025