Doorgaan naar content
bouwer

Giovanni Danieli

*± 1705 , Padua of Vicenza      †± 1785 , Padua

Over het leven en werk van Giovanni Danieli is meer overgeleverd dan gedocumenteerd. Hij werd waarschijnlijk geboren in de Italiaanse stad Padua; sommige onderzoekers houden het op Vicenza. Zeker is dat hij tussen 1740 en 1785 in Padua werkte. Ook van wie hij het vak van vioolbouwer leerde is nog niet ondubbelzinnig vast komen te staan. In Padua zaten al sinds de zestiende eeuw vioolbouwers die oorspronkelijk uit het Oostenrijkse Füssen kwamen. Deze bouwers hadden een grote vakbekwaamheid meegebracht die de vioolbouw in heel Noord-Italië hadden bepaald en zeker in Padua. Zij bouwden veel in de stijl van Amati. Giovanni Danieli heeft het werk van deze bouwers ongetwijfeld gekend.
Werkplaats(en)
Padua, ±1740- ±1785

Danieli en Bagatella

Ook de tien jaar jongere Antonio Bagatella 1716-1802 met wie Giovanni Danieli later samen een werkplaats had, kende de Füssense bouwers goed. Zijn boek ‘Regels over de bouw van violen, altviolen, cello’s en contrabassen’ was mede gebaseerd op hun interpretatie van Amati.

Er zijn onderzoekers  die menen dat Giovanni Danieli in de leer ging of de eerste jaren van zijn loopbaan doorbracht bij Pietro I Bagatella, de oom van Antonio Bagatella. Deze werkte ook in Padua, bouwde hoog gewelfde violen en was de bedenker van een lak die erg diep en glanzend was, een lak zoals onderzoekers die ook op enkele violen van Giovanni Danieli aantroffen.

Giovanni Danieli kwam met Antonio Bagatella in contact toen hij diens viool moest repareren. De aanbeveling om dat door Danieli te laten doen kwam van de violist en vioolpedagoog Giuseppe Tartini. Bagatella raakte geïnteresseerd in vioolbouw en werd naar eigen zeggen ‘een getalenteerde autodidact’. Uit zijn memoires blijkt echter dat hij met behulp van een niet bij name genoemde ‘artifice’ (meester) leerde om violen te bouwen. Bagatella schreef ook, dat hij  binnen twee jaar al een dusdanig niveau had bereikt dat de ‘artifice’ zich uit concurrentieoverwegingen gedwongen zag Padua te verlaten en met Nardini meeging naar Florence. Voor hij vertrok kocht Bagatella een ‘gebroeders’ Amati-viool van hem, een instrument dat van doorslaggevende betekenis zou worden voor zijn latere werk.

De universiteit van Padua en de muziek

In Padua speelden muziek en wetenschap een belangrijke rol in het dagelijks leven. Al sinds de vijftiende eeuw had de Academie van Padua, die in heel Europa hoog stond aangeschreven, naast afdelingen voor filosofie, medicijnen, letteren en ethiek, ook een faculteit waar muziek werd gedoceerd. De vroegste muziektheoretische publicaties in Padua, dateerden zelfs al uit de 13e eeuw. Als een van de weinige universiteiten in Italië bood het voor Joodse studenten een volwaardige studieplaats. Medicijnen en muziek waren druk bezette faculteiten. Door de toestroom van studenten uit het buitenland had Padua een internationaal karakter. Padua viel in die tijd onder de Republiek Venetië, dat de culturele hoofdstad van Europa was; Padua vertegenwoordigde de wetenschappelijke kant van de Republiek.  

Borstbeeld van Giuseppe Tartini, Padua

Borstbeeld van Giuseppe Tartini, Padua

Invloed van Tartini

Voor Bagatella, maar ook voor Danieli was Giuseppe Alessandro Tartini een belangrijk figuur. Hij werd in 1721 als eerste violist aangesteld in de Basilica di Sant'Antonio in Padua en werd daar de kapelmeester. Drie jaar later richtte hij een vioolschool op. Tijdens de loopbaan van Danieli groeide Tartini’s vioolpedagogiek uit tot een school met leerlingen uit heel Europa. In zijn biografie wordt gesproken over 70 violisten die voor hem naar Padua kwamen, waaronder Hellendaal uit Amsterdam. Toen Danieli rond 1740 aan het begin van zijn loopbaan in Padua stond, was de vioolschool van Tartini al uitgegroeid tot een fenomeen. Tartini was niet alleen violist en pedagoog, maar had ook rechten gestudeerd aan de universiteit van Padua. 

Vrijheid in Padua

In Venetië had het gilde van vioolbouwers een krachtige grip op de vestiging van vioolbouwers, in de stad van de wetenschap had het gilde nauwelijks invloed. Wat in Venetië onmogelijk was, kon Antonio Bagatella in Padua zonder belemmering doen. Rond zijn twintigste begon hij een eigen werkplaats voor vioolbouw in de stad. Enkele jaren later voegde Giovanni Danieli zich bij hem. Giovanni bouwde enkele violen, maar deed bij Bagatella vooral reparatiewerk voor leerlingen van Tartini. Dat werk bestond vaak uit het veranderen van barokviolen in instrumenten die geschikt waren voor het romantische repertoire. In de periode van samenwerking tussen Danieli en Bagatella, bestudeerde Bagatella Füssense bouwers in Padua, maar raakte ook bevriend met Tartini. Deze bezocht de werkplaats van Bagatella en Danieli geregeld. Tartini was wetenschappelijk opgeleid en bij alle vragen over de akoestiek van de viool raadpleegde hij wetenschappers in binnen- en buitenland. Antonio Bagatella zag in de instrumenten die hij grondig had bestudeerd allerlei wiskundige formules en correspondeerde daarover met de wiskundige Leonhard Euler die aan de universiteit van Berlijn werkte.

Danieli en de ‘Regole’ van Bagatella

Met Tartini besprak Bagatella zijn werk en liet zijn instrumenten door hem beoordelen. Bagatella werkte in die tijd ook aan zijn wetenschappelijke studie Regole per la costruzione de' violini, viole, violoncelli e violoni. Acht jaar deed hij over zijn onderzoek. Hij bestudeerde instrumenten van Tartini’s leerlingen en die van Tartini zelf. In het voorwoord van zijn Regole schreef Bagatella: "Hij (Tartini) bracht mij vele violen van de gebroeders Amati die ik aandachtig heb kunnen bestuderen". De violist had een Stradivari, een Ruggieri en een Guarneri. De samenwerking tussen de bouwer en de violist duurde tot Tartini in 1770 stierf. Met het voorbeeld van de Amati-viool die hij zelf bezat, en de vele andere die hij heeft kunnen bestuderen, beschreef Antonio Bagatella nauwkeurig hoe violen, altviolen, cello’s en contrabassen gebouwd moesten worden, inclusief de bijbehorende afmetingen. Zelf bouwde hij ook min of meer in de stijl van Amati, evenals Danieli.

Met het resultaat van zijn onderzoek deed Bagatella in 1782 mee aan een wedstrijd die uitgeschreven was door de Accademia di scienze, lettere ed arti di Padova. Hij won er de eerste prijs mee, waarna de Accademia de druk van het boek en vier jaar later ook de vertaling in het Duits en Frans bekostigde.

Ondanks het feit dat Bagatella veel bouwde, was hij voornamelijk een theoreticus. Over Danieli’s kennis van de theorie gaf hij niet erg hoog op, blijkt uit zijn memoires. Wel moet hij hem als vakman hebben gewaardeerd. Ze werkten jarenlang samen en ze bouwden samen ook een aantal instrumenten. Die voorzagen zij van een etiket met de tekst: Danieli et Bagatella, fecerunt Patavii, Anno 17..

De instrumenten; werkwijze en stijl

Instrumenten die door Stenz onderzocht zijn, tonen aan dat Bagatella en Danieli niet alleen het werk van Amati, maar ook de werkmethodes van andere Italiaanse bouwers kenden. Zij gebruikten een mal waaromheen het instrument tot stand kwam. Het binnenwerk van beide bouwers laat vrijwel geen sporen van gereedschap zien.

De f-gaten zijn kort en lijken op die van Amati. De zwarte stroken van de randinleg zijn van ebbenhout gemaakt, het middendeel van esdoorn.

De lak bestaat uit twee lagen, een bleek-gele ondergrond en een warme roodbruine bovenlaag die het instrument een diepe glans geeft.

Giovanni Danieli heeft voor zover bekend maar een klein aantal violen gebouwd. Hij lijkt overschaduwd te zijn door Bagatella, waardoor Giovanni Danieli betrekkelijk onbekend is gebleven. De mogelijkheid bestaat dat zijn instrumenten later onder de naam van een andere bouwer zijn verkocht.

Zijn etiket luidt: Joannes Danieli / fecit Patavii 17..

Bronnen

  • Stenz, J., Strad archive: a 1759 viola by Antonio Bagatella, in: The Strad, 2 / 2015 en 2020

  • Stefano P., 2004, Liuteri e Sonadori, Venezia 1750- 1870, Venetie

  • Viol and Lute makers of Venice 1640- 1760, Venetie 2002

  • De Piccolellis G., 1885, Liutai antichi e moderni. Note critico-biografiche, Florence.

  • Peluzzi E, Le Regole di A. B. Chiarimenti e commenti alla memoria "Aures te fidibus oblectare canoris”.

  • Barzon, A. B., 1947, "Regole", in Musica, II, Rome

  • Farseth C, La risposta di Carl Farseth alla critica di Euro Peluzzi sulle Regole di A. B., Minneapolis.

  • Vannes R, 1951 Dictionnaire universel des Luthiers, Bruxelles.

  • Da Col, P, Airenti A., LOWENBERGER A.: The Tartini Violin Relics, in: Galpin Society Journal.

  • Tarisio, Cozio archive, bezocht 2023

Auteur
Jan Boekhout
Datum
5 december 2023