Doorgaan naar content
bouwer

Giovanni Battista Guadagnini

*1711 , Bilegno      †1786 , Turijn

'GB' zoals Giovanni Battista Guadagnini werd genoemd, werkte gedurende een periode van vierenveertig jaar in vijf verschillende steden en wordt beschouwd als een van de beste en meest productieve vioolbouwers van zijn tijd. 
Op zijn eerste labels stond dat zijn vader Lorenzo zijn leermeester was, op zijn laatste schreef hij een leerling van Stradivari te zijn. Het merendeel van zijn instrumenten bouwde hij echter in een volstrekt eigen stijl.

Hij werkte achtereenvolgens in Piacenza, Milaan, Cremona, Parma en in Turijn. Zijn meest productieve tijd was in Milaan waar hij honderd instrumenten bouwde, vrijwel allemaal van uitstekende kwaliteit. In Parma werkte hij voor de hertog van Bourbon, om tien jaar later gedesillusioneerd, door te reizen naar Turijn, met een tussenstop van een klein jaar in Cremona. In Turijn ontmoette hij de verzamelaar van oude instrumenten Cozio di Salabue voor wie hij ging werken.

Met Guadagnini’s hulp kocht Cozio een groot aantal oude meesterinstrumenten en wist hij de laatste onderdelen van Stradivari’s erfenis te verwerven. Guadagnini nam enkele elementen van Stradivari over en bouwde tijdens zijn verblijf in Turijn zijn beste instrumenten. Guadagnini werd later door de Salabue getypeerd werd als ongeletterd, materialistisch, koppig, ongeduldig en niet bereid om oude meesters voor hem te kopiëren. Nu wordt hij gerekend tot een van de grootste bouwers zoals Guarneri del Gesù en Testore en Bergonzi die, net als hij, hoogst eigenzinnige bouwers waren.
Werkplaats(en)
Piacenza, 1738-1749
Milaan, 1750-1758 (februari)
Cremona, 1758
Parma, 1759-1770
Turijn, 1770-1786
Auteur
Jan Boekhout
Datum
12 oktober 2020