Toen Carlo Ferdinando Landolfi zich als vioolbouwer in Milaan vestigde was hij al 40 jaar. De keuze voor Milaan lag niet voor de hand. Van de Milanese school was na het verval van de familie Testore maar weinig meer over. Milaan was een handelsstad geworden waar voornamelijk goedkope instrumenten doorverkocht werden.
Bij wie Carlo Ferdinando Landolfi zijn opleiding gevolgd heeft is niet bekend, maar kenners vermoeden dat hij niet alleen bij bouwers in zijn geboortestreek, de Piëmont, maar ook in Cremona in de leer geweest is. Kort vóór Landolfi, was Giovanni Battista Guadagnini al naar Milaan gegaan. Guadagnini was ervaren en beïnvloedde Landolfi. Beiden zagen kans om al in de eerste Milanese jaren hun beste instrumenten te bouwen.
De modellen, vorm en kleur van Landolfi’s instrumenten lopen ver uiteen, maar ze hebben vrijwel allemaal met elkaar gemeen dat ze buitengewoon zorgvuldig gebouwd zijn. Nadat Guadagnini in 1758 Milaan verliet, bleef Landolfi als de meest vooraanstaande bouwer in de stad over. In de laatste jaren van zijn leven zag Landolfi de stad opleven. Door de komst van het Teatro alla Scala in 1778, trokken veel musici naar Milaan. De orkesten in de stad ontwikkelden zich tot de beste van die tijd.
Ondanks de toenemende vraag naar goede violen en cello’s die zorgde voor een hoge productie in het atelier van Landolfi, bleef hij zijn instrumenten zeer zorgvuldig bouwen. Na zijn dood zette zijn zoon Pietro Antonio het atelier voort.
Wij gebruiken uitsluitend functionele en geanonimiseerde cookies om de website goed te laten werken. Deze cookies verzamelen geen herleidbare persoonsgegevens. Meer informatie hierover vindt u op onze pagina over het cookiebeleid.