Tussen het aristocratische noorden van Genua en het zakelijke stadsdeel in het zuiden, lag de grote volkswijk Maddalena waar de meeste instrumentenmakers bij elkaar zaten. Daar woonde Bernardo Calcagno al voor hij vioolbouwer werd. Rond zijn zeventiende begon hij als bediende bij welgestelde families in het noordelijk deel van de stad. In de loop van de jaren ontwikkelde hij zich tot luitspeler en musicus. Pas tussen zijn 30e en zijn 40e werd hij vioolbouwer.
Bernardo Calcagno woonde samen met nog twee andere vioolbouwers in een klein woonhuis met naastgelegen werkplaats. Filippo Cordano, de eigenaar, was de vroegst bekende vioolbouwer van Genuese afkomst, de ander was Andreas Statler die naar eigen zeggen een leerling van Girolamo Amati II was.
In 1732 overleden Statler en Cordano, en had Bernardo het rijk voor zich alleen. Zijn instrumenten verschillen erg in kwaliteit en afwerking, zijn vroegst bekende violen bouwde hij zonder veel aandacht voor afwerking, zijn latere instrumenten waren van goed, geïmporteerd hout gemaakt en had hij zorgvuldig afgewerkt.
Wij gebruiken uitsluitend functionele en geanonimiseerde cookies om de website goed te laten werken. Deze cookies verzamelen geen herleidbare persoonsgegevens. Meer informatie hierover vindt u op onze pagina over het cookiebeleid.