
Bondgenoot van
de Hendrik
Jacobs
Foundation
In de context van deze tekst is het grappig te bedenken dat ik als vioolspelend jongetje door mijn ouders werd meegenomen naar het Gemeentemuseum in Den Haag. Daar hingen strijkinstrumenten in vitrines, eeuwen geleden in Nederland gebouwd. Ik kan me goed het gevoel herinneren dat opkwam bij het zien van die doorleefde instrumenten: een mix van respect en bewondering, maar ook een vleugje melancholie, veroorzaakt door mijn fantasie over wat die instrumenten en hun eigenaren zouden hebben meegemaakt gedurende tien tot vijftien generaties sinds de trotse maker ze aan de eerste koper had overgedragen. Nu hingen ze daar onaantastbaar alsof ze het eeuwige leven hadden gekregen, weliswaar in doodse stilte.
